Nieuwsgierigheid en geweldloze communicatie

Nieuwsgierigheid en geweldloze commincatie - foto van kinderen met vergrootglas

Thera Balvers is Geweldloze Communicatie trainer, mediator, psychotherapist en Simonton counselor. Het is de missie van Thera om mensen, teams en organisaties in contact te brengen met hun eigen kracht. Waardoor de weg ontstaat naar meer welzijn en succes. In deze blog vertelt zij over wat nieuwsgierigheid betekent voor verbindende communicatie.

Geweldloze communicatie is echt luisteren naar wat er in de ander leeft. Wat zijn of haar gevoelens en behoeften zijn. Welke noden leven bij hem of haar? Welke verlangens? En welke waarden heeft die ander? Als je de noden van de ander herkent en begrijpt, kan je alles wat de ander zegt of doet beter interpreteren. Het helpt daarbij om echt nieuwsgierig te zijn naar de ander.

En nieuwsgierigheid is een kernwaarde die ik van huis uit heb meegekregen. Daarmee bedoel ik niet de nieuwsgierigheid van neus in andermans zaken steken. Ik bedoel dan de nieuwsgierigheid in het kader van werkelijk in alles wat er leeft geïnteresseerd zijn. Dat heb ik echt van mijn moeder meegekregen. Mijn moeder, bijna 96 en zeer geliefd bij de kleinkinderen, is nog steeds oprecht nieuwsgierig naar wat er in hun levens plaats vindt. Hoewel ze van een andere generatie komt en dus een totaal andere perceptie vanuit haar achtergrond heeft. Toch staat ze voor iedereen open en dat heb ik van haar meegekregen.

Waarom is nieuwsgierigheid zo belangrijk?

Ik denk dat nieuwsgierigheid fundamenteel is voor communicatie. Als we niet nieuwsgierig kunnen zijn, dan kunnen we geen verbinding realiseren. Ik denk dan ook dat nieuwsgierigheid een belangrijke voorwaarde is voor geweldloze communicatie. En dat begint met nieuwsgierig zijn naar jezelf. Wat drijft mij eigenlijk? Wat voel je? Wat wil je? Vanuit daar kan je oprecht nieuwsgierig zijn naar de ander.

Dat klinkt makkelijk, maar dat is het zeker niet. Als je kijkt naar onze zintuigen dan zie je dat die allemaal extern gericht zijn. We zijn kuddedieren, we hebben verlangen naar verbinding met de mensen om ons heen. En daar richten we ons dus ook op. Onze zintuigen gebruiken we om alles buiten ons waar te nemen.

Naar binnen kijken, in onszelf waarnemen, dat doen we meestal niet. En toch is dat juist heel goed mogelijk, want we zijn enorm gevoelig. We voelen van alles van binnen: ons hartritme, onze darmen, de geluiden van onze bloedcirculatie, onze bewegingen van de spieren, pijntjes, lekker gevoel, stressgevoelens, noem maar op.
Eigenlijk kan je dus stellen dat er aan de buitenkant een paar sensoren zitten, maar aan de binnenkant enorm veel.

Schreeuwen helpt niet

Ik merk bij mezelf dat de nieuwsgierigheid naar mijzelf me veel gebracht heeft. Bijvoorbeeld dat je zonder schreeuwen kan aangeven wat voor jou belangrijk is. Want het schreeuwen helpt meestal niet. Maar tegelijkertijd schreeuw je niet voor niets.
Het betekent vaak dat je gehoord wil worden. Bijvoorbeeld omdat je het gevoel hebt dat je niet echt gehoord wordt. In dat geval is het helpend om jezelf te begrijpen. Hoor je jezelf? Neem je jezelf serieus, luister je naar jezelf? Ongeacht wat een ander denkt of doet?

Het begint met nieuwsgierig zijn naar jezelf. Wat drijft je? Wat voel je? Wat heb je nodig? Stress kan ook ontstaan door het ontbreken van helderheid over wat je zelf drijft.

Prikkels komen vaak via je zintuigen binnen

Hoewel je dus heel veel over jezelf kan waarnemen, komt de prikkel vaak via je zintuigen binnen. En dat kan een prikkel zijn die ons aangenaam of onaangenaam triggert. En als we dan die prikkel kunnen plaatsen, als we de sensoren aan de binnenkant kunnen lezen, dan leren we een heleboel over onszelf. En blijven we beter in verbinding met een ander. Er ontstaat als het ware ruimte voor anderen. Het is voor mij enorm inspirerend, maar tegelijkertijd blijft het een proces dat echt niet gemakkelijk is. Er is niet altijd ruimte voor oprechte nieuwsgierigheid.

Neem bijvoorbeeld het waarnemen, een van de belangrijke elementen van geweldloze communicatie. Waarneming is allemachtig moeilijk. De hersenen gaan zo snel in de interpretatie en in de analyse, die trekken zo snel conclusies. Hoe sneller je hoofd is, hoe sneller dat gebeurt. Het is echt niet te geloven dat je de waarneming eigenlijk gelijk vervuilt. Voor mij is de waarneming de grootste uitdaging. Hoe kun je waarnemen als je kracht gebruiken?

Waarom is waarneming zo lastig?

Als je straks weer de wijde wereld instapt kom je je kinderen, je partners, je collega’s tegen. Hoe kan je dan het waarnemen gebruiken, als kracht inzetten? Want waarneming werkt vaak tegen, wordt bijvoorbeeld snel een oordeel. En dat kan de nieuwsgierigheid dan enorm dwarszitten.

Een voorbeeld. Als iemand later dan 9 uur, om kwart over 9 binnenkomt, dan zou de waarneming zijn: je bent te laat. En dat is een oordeel, te laat. En oordelen zijn niet helpend. Door oordelen verlies je makkelijk het contact met de ander, ben je de ander gelijk kwijt.
Nee, iemand komt om kwart over 9 binnen en we hebben de afspraak om 9 uur staan, dat is de waarneming. Dus de essentie is dat de waarneming nog helemaal neutraal is, iedereen kan deze waarneming horen zonder in de irritatie te schieten. De verbinding is er dan nog. We draaien de film op dezelfde plek af. We kijken met elkaar naar dit stukje film. Zonder oordelen, zonder interpretaties, zonder dat ik al in een bepaalde hoek gezet wordt.

Ik merk zelf ook in mijn relatie met mijn man hoe belangrijk het is om een gedeeld vertrekpunt te hebben. Want een waarneming kan razendsnel een oordeel worden, dan denk ik “iets is toch glashelder?”. En dat blijkt daarna helemaal niet zo glashelder te zijn.

Ik ben vroeger erg geconditioneerd opgevoed, van “kijk niet naar jezelf, maar kijk naar een ander”. Het ging er altijd om om begrip voor een ander op te brengen. De belangrijkste term was naastenliefde. Wat er in feite gebeurde was dat ik naar de ander keek vanuit een begripvol kader, terwijl ik mezelf ondertussen geweld aan deed. Ik negeerde mijn eigen hartslag, mijn eigen gevoel. Dat levert uiteindelijk niks op, het is een overlevingsstrategie. Je bent niet in zelfverbinding, en je bent ook niet echt in verbinding met de ander. En het leidt ook niet tot tevredenheid achteraf. Voor mij kwam dan ook de belangrijkste verandering door oprechte nieuwsgierigheid naar mijzelf.

Is het niet egoistisch om zo nadrukkelijk naar je eigen gevoelens te kijken?

Alleen mijn behoefte doet er toe, ikke, ikke, ikke en de rest kan stikke. Dat is wat vaak een ander’s vertaling is van egoisme. Mijn idee is meer dat als je jezelf serieus neemt, dat je dan minder nodig hebt dat die ander jouw zin doet. Dat die ander jouw paden loopt of jouw behoefte vervult, want die kan je dan zelf vervullen.

Een metafoor die ik daar wel voor gebruik is het vergiet. We hebben allemaal een vergiet in ons bekken en door onze achtergrond zitten daar grotere of kleinere gaten in. We gooien daar extern van alles in, erkenning of waardering, maar het loopt er net zo hard weer uit. De enige manier om de gaten in het vergiet te dichten is om jezelf te gaan erkennen. Door jezelf serieus te nemen, door jezelf te horen en te begrijpen.

Als jonge Thera had ik een tekort aan aan erkenning, alles liep door het vergiet. Ik was bijvoorbeeld veel aan het vergelijken: die is beter dan ik, die is mooier, slimmer. Dat was enorm uitputtend.
De ommekeer kwam door mezelf te gaan erkennen. Steeds als er een ‘verkeerde’ vergelijking in mijn hoofd oppopte probeerde ik die gedachte te herkennen, en er niet in mee te gaan. Dat ik niet beter hoefde te zijn.
En uiteindelijk kan ik nu echt met vreugde denken, oh wat heeft die ander dat geweldig gedaan, zonder dat ik dan ergens een stemmetje in mijn hoofd hoor, shit ik heb dat niet gezegd. Oh die heeft een slimmere vraag gesteld, enzovoort. Het is zo heerlijk als je meer in de vrijheid komt, je kan je dan veel beter met de ander verbinden.

Oprecht nieuwsgierig zijn naar de ander.

In de geweldloze communicatie is nieuwsgierigheid belangrijk. Hoe staat het met jouw nieuwsgierigheid naar jezelf? Naar een ander? Naar verbindend communiceren?

Bron: bewerkt fragment uit het podcast interview van Martijn Jansen met Thera Balvers